In de Italiaanse hoofdstad werd een tweede poging gedaan om tot concrete afspraken te komen nadat doorbraken de vorige keer uitbleven. Het grote doel was het ophalen van een flinke zak met geld om het verlies van natuur en biodiversiteit te stoppen. Dat is deels gelukt: de aanwezige landen spraken af om tegen het einde van dit decennium 200 miljard dollar per jaar op te halen. Er komt een controlesysteem om te garanderen dat de landen zich aan hun afspraken houden.
30 by 30
Zo'n controlesysteem blijkt geen overbodige luxe. Bij de vorige editie van de biodiversiteitstop, COP15 in Montreal, werd het Global Biodiversity Framework (GBF) opgericht. De set afspraken ging de boeken in als het ‘Parijsakkoord voor de natuur’. Eén daarvan is de 30 by 30-doelstelling, die voorschrijft dat tegen 2030 30 procent van het land en 30 procent van de zee beschermd moet worden.
Daar komt in de praktijk nog weinig van terecht. Meer dan de helft van de landen negeert de belofte op het gebied van biodiversiteit, kopte The Guardian. Inmiddels is het 2025 en blijkt het doel onhaalbaar, concludeert Jelle Behagel, universitair hoofddocent bos- en natuurbeleid aan de Wageningen Universiteit. Hij was afgelopen najaar aanwezig bij de biodiversiteitstop in Cali. “Dat is kwalijk, aangezien die 30 procent is bedoeld als tussendoel. Eigenlijk moet het percentage beschermde gebieden nog verder omhoog. Volgens ecologische modellen heeft 50 procent van de landen en zeeën een vorm van natuurbeheer nodig. Gebeurt dat niet, dan komt de volgende golf van massale uitsterving eraan. Het is een understatement om te zeggen dat er veel op het spel staat.”
Geen mondiaal natuurfonds
Tijdens de top werden de landen het niet eens over de oprichting van een mondiaal natuurfonds. Ook daarbij gaat het om geld voor natuur- en biodiversiteitsherstel, maar dan specifiek bedoeld voor ontwikkelingslanden. Afgelopen november werden al verwoede pogingen gedaan om zo’n fonds op te richten. Rijkere regio’s, waaronder de Europese Unie, blokkeerden het voorstel.
Behagel: “Vorig jaar in Cali was er best wat aandacht voor de biodiversiteitstop. De druk werd opgevoerd om akkoord te gaan met de plannen. Toch zeiden diverse landen nee. Inmiddels is de aandacht verslapt en kijken minder mensen mee. Het is makkelijker om nee te zeggen. De wereld ziet er anders uit dan een paar maanden geleden. Landen houden de hand op de knip als het gaat om ontwikkelingsgeld. Ook Nederland gaat ruim twee miljard euro bezuinigen. Het bedrag dat overblijft, gaat naar voedsel, water en handel. Biodiversiteit en klimaat staan niet op het lijstje. Er is geen politieke wil om de portemonnee te trekken en te doneren aan natuurherstel. Dus wordt er gekeken naar de private sector.”
Private sector
Behagel doelt op ngo's, goede doelenorganisaties, universiteiten, het bedrijfsleven, financiële instellingen en individuele geldschieters. “Het beschermen van de natuur is geen taak specifiek voor overheden. Ze kunnen het simpelweg niet alleen. Ik ken genoeg programma’s die zijn opgezet door andere partijen.”
Hij haalt diverse herbebossingsprojecten in Brazilië aan. “Aan de zuidelijke kust ligt het Atlantisch woud, een prachtig regenwoud dat plaats moest maken voor de landbouw. Ontzettend veel natuur is verdwenen voor sinaasappel- en koffieplantages. Tegenwoordig wordt er flink ingezet op bosherstel. De verschillende projecten zijn vaak privaat gefinancierd door filantropen en NGO’s zoals The Nature Conservancy.”
Een ander voorbeeld is te vinden in Mozambique. “Daar zijn door de burgerloog destijds veel mensen én dieren verdwenen. Bijna alle dieren uit die in het National Park Gorongosa leefden, waren weg. De laatste jaren loopt er een programma om de dierenpopulaties te herstellen. In plaats van tientallen leeuwen, leven er nu honderden in het gebied. Dat is een flinke verbetering die nooit zou zijn gelukt zonder de inzet van lokale overheid en goede doelen.”
Mensen in plaats van landen
Bij natuur wordt vaak gedacht aan tropische wouden, oude oerbossen en uitgestrekte poolvlaktes. Maar ook in gebieden die niet ongerept zijn, is veel natuur te vinden. “Ook land dat bewerkt is door de mens is een vorm van natuur. Veel van de mondiale biodiversiteit bevindt zich op dat soort plekken.”
Behagel ziet dat het bij internationale bijeenkomsten zoals de biodiversiteitstop vaak over landen gaat, en niet over mensen. “Terwijl het echte werk in het veld gebeurt. Een Nederlandse agrariër die natuurinclusief boert zodat de weidevogel terugkomt, is óók een vorm van natuurherstel. Tel je dat mee, dan valt 30 procent van het aardoppervlak al onder een zekere vorm van natuurbeheer. Dat is nog geen bescherming en van een ander niveau dan een nationaal park, maar toch. Mijn advies zou zijn om die mensen te ondersteunen en perspectief te bieden, zodat ze dat waardevolle werk voortzetten. Dan komt het doel van 30 procent natuurbescherming in 2030 in ieder geval dichterbij.”
Lees ook:
schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan!
Schrijf je nu in