Vivici gebruikt een technologie die we precisiefermentatie noemen. Daarmee is het bedrijf in staat om eiwitten te produceren die nagenoeg identiek zijn aan dierlijke eiwitten, zonder dat er nog een koe of ander dier aan te pas komt. Deze technologie is niet nieuw, het wordt al jaren gebruikt in de biotechsector voor het maken van vitamines onder meer. Maar inmiddels zetten steeds meer startups het in om duurzamere voedselalternatieven te creëren. Eiwitfermentatie is een proces waarbij micro-organismen worden ingezet om eiwitten te maken. Hierbij kun je denken aan bacteriën. In grote tanks krijgen deze microbe-werkpaarden voedingsstoffen wordt een DNA-trucje toegepast, waardoor ze precies het juiste eiwit produceren. Dit spul heeft vrijwel dezelfde eigenschappen als dierlijk eiwit, maar is een stuk duurzamer geproduceerd.
Daniel Bisley is CFO van het bedrijf, dat inmiddels vijftien medewerkers telt. “De methode die wij toepassen, is nog het beste te vergelijken met de manier waarop bierbrouwers te werk gaan. Eerst bewerken we het DNA van de gisten. Dat doen we vervolgens in productietanks, samen met een mengsel van water en voedingsstoffen. Uiteindelijk komt er een brouwsel uit dat door middel van filters wordt gezuiverd. Wat je overhoudt is eiwitpoeder, wat niet te onderscheiden is van de eiwitten die normaal gesproken uit zuivel komen", aldus Bisley.
Een klein DNA-trucje
Wat zonnepanelen en windmolens doen voor de energietransitie, is wat eiwitfermentatie betekent voor ons voedselvraagstuk. Dit duurzame alternatief kan op termijn een groot deel van de melkproductie overbodig maken. “Dat is nodig, omdat we met de huidige productiemethode niet de groeiende wereldbevolking kunnen voeden”, zegt Bisley. “Wij geloven overigens niet dat zuivel helemaal verdwijnt, iets wat een aantal andere spelers in deze markt wél roept. Eiwitfermentatie zien we als een mooie, duurzame toevoeging. Net zoals er ook plantaardige eiwit-alternatieven zijn.”
Volgens Sina Salim van Proteïn Shift Consultancy kan eiwitfermentatie op termijn zelfs onze hele voedselproductie compleet op zijn kop zetten. “In plaats van vee te houden – wat gigantisch veel land, water en voer kost – kunnen we met deze technologie eiwitten maken in roestvrijstalen tanks. Dat betekent geen methaanuitstoot en geen ontbossing. Dit leidt tot betaalbaarder en duurzamer voedsel, zonder in te leveren op kwaliteit of smaak. Het idee dat we koeien nodig hebben voor onze eiwitconsumptie raakt daardoor uiteindelijk achterhaald.”
Sportvoeding en proteïnedranken
Vivici komt uit de venture-stal van DSM-Firmenich. Het technische brein van de startup is Marcel Wobbolts, die jarenlang voor DSM werkte toen dat bedrijf nog zelfstandig was. Onder meer in de rol van CTO, de functie die hij nu bekleedt bij Vivici. Ook de Nieuw-Zeelandse zuivelgigant Fonterra geldt als aandeelhouder van het eerste uur. Met de nieuwste kapitaalinjectie komen daar nog drie nieuwe partijen bij. Naast ABP en Invest-NL stapt ook InnovationQuarter aan boord. “We verkopen ons product nu nog vooral aan producenten van sportvoeding en proteïnedranken. Dan moet je denken aan partijen als Nestlé, Unilever en Danone. Dit gaat om wei-eiwit dat beta-lactoglobuline wordt genoemd. Dit is van een beduidend hogere kwaliteit dan het wei-eiwit dat we kennen als restproduct van kaas, met meer nutritionele waarde.”
Eiwit-funding
Vivici is niet de eerste eiwitstartup van Hollandse bodem waar investeerders geld in pompen. Zo wist het Cradle zelfs al een paar keer te scoren met funding. Tijdens de laatste ronde in november 2024 kwam er maar liefst bijna 70 miljoen euro op de rekening bij. Cradle werd eerder door MT/Sprout uitgeroepen tot startup van het jaar. Het bedrijf ontwikkelde een AI-platform voor het ontwerp van nieuwe eiwitten. Een andere eiwitbelofte is Farmless, een startup die ruim een jaar geleden nog 4,8 miljoen euro tankte bij investeerders. Ook hun technologie draait om precisiefermentatie en blijkt in staat om alcohol om te zetten in eiwit.
Toch vindt het bedrijf hier waarschijnlijk niet de kip met de gouden eieren. Een nóg interessantere markt is de productie van een ander, veel zeldzamer eiwit: lactoferrine. Dat scoort heel hoog qua voedingswaarden en is daarom erg populair in voeding voor baby's en ouderen onder meer. “Dit eiwit komt in maar in heel kleine hoeveelheden voor in zuivel. Zo is er maar liefst 10.000 liter melk nodig voor de productie van 1 liter lactoferrine. Dat maakt de productie ervan erg duur”, aldus Bisley. Vivici claimt dit eiwit goedkoper én in grotere hoeveelheden te kunnen gaan produceren. “Deze markt is al goed voor enkele honderden miljoenen euro's. Hier zit voor hen straks de echte omzetmotor”, zegt eiwit-deskundige Salim.
Zuivelloos eiwit in Europa
FrieslandCampina zit intussen ook niet stil. Het Nederlandse zuivelbedrijf nam twee jaar geleden een strategisch aandeel in Triplebar Bio Inc. Dit biotechnologiebedrijf uit Californië bouwt aan een soortgelijke technologie als Vivici. Hoe deze Leidse startup de komende jaren wil gaan groeien? Niet door eigen fabrieken te gaan bouwen in ieder geval. Dat zou het proces teveel vertragen. Het bedrijf is al in gesprek met productiepartners in Europa en de Verenigde Staten. Een klein jaar geleden lanceerde Vivici al het eerste product voor de Amerikaanse markt: een zak beta-lactoglobuline dat als ingrediënt wordt geleverd aan partijen in de levensmiddelenindustrie. Met de series-A ronde wil de startup onder meer de aanvraag voor Novel Food gaan indienen, het strenge goedkeuringsproces voor nieuw voedsel in de Europese Unie dat een jaar of drie duurt. “Ook voor het Verenigd Koninkrijk en Singapore bereiden we een aanvraag voor”, zegt Bisley. Dat het bedrijf met DSM-Firmenich en Fonterra twee grootmachten aan boord heeft, zal daarin zeker meehelpen. “Met hun kennis en ervaring maken we enorme stappen en spelen we inmiddels mee in de wereldtop. We hebben patenten, een commercieel product én groeigeld op zak. Zonder die hulp waren we nooit zover geweest.”
Waar Vivici nu de turbo kan inzetten, blijft dat voor veel andere eiwit-startups nog een uitdaging. Financiering en schalen zijn volgens Sina Salim uitdagingen waar deze partijen mee te maken hebben. “Hoewel fermentatie op kleine schaal in een laboratorium goed werkt, is het opschalen naar een commerciële productiecapaciteit een lastig te nemen horde. Het vereist geavanceerde bioreactoren, efficiënte processen en aanzienlijke investeringen om concurrerend te blijven met traditionele eiwitbronnen.” En dan is er ook nog het vraagstuk consumentenacceptatie. Veel mensen zijn volgens hem nog onbekend met gefermenteerde eiwitten als alternatief voor dierlijke of plantaardige eiwitten. “Startups moeten investeren in marketing en educatie om vertrouwen op te bouwen en de voordelen van hun product uit te leggen, zoals duurzaamheid en voedingswaarde.”
Lees ook:
schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan!
Schrijf je nu in