Europese Clean Deal moet industrie uit het slop trekken: ‘Strategische autonomie kán samengaan met verduurzaming’

De Europese Commissie heeft zijn Clean Industrial Deal gepresenteerd. Het pakket aan maatregelen dat grote industriële bedrijven moet beschermen én verduurzamen. “Als de industrie verdwijnt, moet je als continent steeds meer gaan leunen op het aanbieden van services. Dat is onverstandig.”

Getty Images 2201460562
De Clean Industrial Deal werd op dinsdag toegelicht door Eurocommissaris Wopke Hoekstra (Klimaat). | Credit: Getty Images

Hoe kan de wereld er binnen een paar jaar ineens zó anders uitzien? Die vraag zal de afgelopen tijd vast door het hoofd geschoten zijn van politici die zich in 2019 bezighielden met de creatie van de European Green Deal, het grote klimaatpakket van de EU. Het momentum voor klimaatactie leek eind vorig decennium groot, de coronapandemie was nog niet in beeld en aardgas haalden we nog gewoon uit Rusland. Maar om met John Lennon te spreken: life is what happens to you when you’re busy making other plans.

De Europese politieke arena heeft inmiddels namelijk een ruk naar rechts gemaakt, waardoor de steun voor vergaand klimaatbeleid aan het afkalven is. Ook is de EU door de Russische inval in Oekraïne minder gas uit Rusland gaan importeren, met hoge energieprijzen tot gevolg. De Europese industrie betaalt daarom meer voor zijn energie dan bedrijven in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China. En laat dat nu ook net de landen zijn die het Europese bondgenootschap voorbij benen als het gaat om goedkope en innovatieve (groene) technologie.

Draghi-rapport

Tijd voor een ommezwaai, concludeerde de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen. Die heeft geluisterd naar de adviezen van Mario Draghi, oud-premier van Italië en oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank. Draghi stelde in een inmiddels royaal geciteerd rapport dat het essentieel is om het innovatiegat met de VS te dichten, de afhankelijkheid van China af te bouwen als het gaat om grondstoffen en digitale technologie, en Europese bedrijven de ruimte te geven om te concurreren met andere continenten.

Daarom presenteerde de Europese Commissie gisteren de Clean Industrial Deal, een pakket aan maatregelen bedoeld om de Europese industrie tegelijkertijd te verduurzamen en competitiever te maken. Waar industriële bedrijven eerst gezien werden als grootverbruikers die je tot CO2-reductie moet dwingen, lijkt de EU ze nu meer te willen gaan koesteren.

Voorop staat dat de doelen uit de Green Deal gewoon overeind blijven. Dat wil zeggen: fit for 55 in 2030 (55 procent minder CO2-uitstoot) en klimaatneutraliteit in 2050. Maar de EU wil bedrijven in energie-intensieve industrieën – waaronder staal, cement en chemie – gaan bijstaan in het behalen van die doelen. Zo moet de prijs van energie drastisch omlaag, en vraagt de EU van haar lidstaten dat ze de belasting voor energie-intensieve industrieën verminderen. Ook moet de staatssteun voor bijvoorbeeld wind- en zonneparken omhoog en moeten vergunningsprocedures verkort worden, zodat het aantrekkelijker is om duurzame projecten op te zetten en de industrie sneller af kan stappen van fossiele brandstoffen. De Europese Investeringsbank (EIB) kan gaan helpen bij het afsluiten van zogeheten ‘power purchasing agreements’ (PPA’s), waarbij klanten afspreken gedurende een vastgestelde periode stroom af te nemen van een producent.

Met name het drukken van de energieprijs is belangrijk, benadrukt hoogleraar duurzame energievoorziening Gert Jan Kramer van de Universiteit Utrecht. Al helemaal voor Nederland, waar de energieprijs de afgelopen tijd hoger is geweest dan in omringende landen. “Om onze industrie te behouden en die een eerlijke kans te geven in de wereld, is het cruciaal dat de energiekosten voor de industrie naar beneden gaan. Dat signaal moet duidelijk gehoord worden door de Nederlandse overheid, anders dreigt de industrie namelijk te verdwijnen.”

Groene technologieën

Ook vindt de EU dat er een influx moet komen van groene technologieën geproduceerd op eigen bodem. Om dat te bereiken, wil de Commissie onder meer een ‘decarbonisatiebank’ oprichten, met als doel om 100 miljard euro beschikbaar te stellen voor duurzame innovatie. Met die innovatie kan de industrie verder vergroenen, is de gedachte, terwijl de concurrentiekracht van Europa verbetert.

Strategische autonomie

Over het algemeen wordt de Clean Industrial Deal goed ontvangen, met name door de Europese industrie zelf. Maar ook bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is blij met het voorstel. ‘Vraagcreatie naar duurzamer geproduceerde producten is cruciaal omdat het een voorspelbare vraag voor producenten schept en het opschalen van innovaties aanmoedigt’, schrijft de vereniging op zijn website.

“Het gevoel dat het slecht gaat met de industrie in Europa wordt breed gedeeld”, aldus Kramer. “We leven in een tijdsgewricht waarin de wereld uiteen aan het vallen is in verschillende blokken. Daarom voelt de EU zich genoodzaakt alert te zijn op haar zelfvoorziendendheid. Daar hoort een brede industrie bij. Als de industrie verdwijnt, moet je als continent steeds meer gaan leunen op het aanbieden van services. Dat lijkt mij onverstandig.”

Wel of niet goed voor het klimaat?

Toch klinkt er ook kritiek op het voorstel. De deal zou te abstract zijn en weinig concreet uitgewerkte voorstellen bevatten. Ook zijn critici bang dat het verbeteren van de concurrentiepositie betekent dat energie-intensieve industrieën te weinig worden aangezet tot verduurzaming. Al helemaal nu de Commissie gelijktijdig heeft aangegeven de klimaatrapportageverplichting voor bedrijven (CSRD) en de anti-wegkijkwet (CSDDD) te gaan versoepelen, door middel van de zogeheten ‘omnibuswetten’.

Kramer is van mening dat abstractie nu eenmaal bij dit soort EU-aankondigingen hoort. Hij geeft aan dat de Europese Commissie de grote lijnen uitzet, en dat het uiteindelijk aan de individuele lidstaten is om die te vertalen naar nationaal beleid. En wat betreft de klimaatimpact is hij helder: de geopolitieke ontwikkelingen geven momenteel weinig reden tot optimisme. “De herverkiezing van Trump en de conflicten die nu gaande zijn in de wereld zijn gewoon hartstikke slecht voor het klimaat, punt. Daar is niets verzachtends over te zeggen.”

Wel is hij van mening dat strategische autonomie gelijk op kan trekken met de verduurzaming van industriële grootverbruikers. Daarbij is het volgens de hoogleraar van belang om de lokale industrie dichtbij te houden. “We streven allemaal naar een schonere industrie, maar géén industrie is geen bijdrage aan verduurzaming. Vanuit mijn perspectief als duurzaamheidshoogleraar vind ik dat je industriële bedrijven binnen je eigen regio moet houden, zodat je er controle en invloed op kunt uitoefenen.” Laat je ze naar buiten de EU verhuizen, zo meent Kramer, dan is het noch een oplossing voor de concurrentiepositie, noch voor het klimaatprobleem.

Lees ook:

Change Inc.

schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan!

Schrijf je nu in

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven

Events


Producten & Diensten


Lidmaatschap

Inloggen

Nieuwsbrief & Memberships


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu